ECLI:NL:RVS:2019:1019
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren rechtsbijstand in echtscheidingsprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van een advocaat tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een aanvraag voor extra uren rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure af te wijzen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de zaak niet feitelijk complex was, maar dat een aanvullend verzoek nevenvorderingen wel complex kon zijn. De raad heeft daarop alsnog 10 extra uren toegekend.
De appellant stelde dat het niet toekennen van meer uren neerkomt op verplichte arbeid in strijd met artikel 4 EVRM Pro en een schending van het eigendomsrecht onder artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De Raad van State oordeelde dat het forfaitaire stelsel van vergoedingen gebaseerd is op gemiddelde tijdsbesteding en dat extra uren alleen bij complexiteit worden toegekend. De door appellant aangevoerde omstandigheden betreffen persoonlijke factoren en maken de zaak niet juridisch of feitelijk complex.
Verder is het beleid dat een volle procedure drie zittingen omvat niet onredelijk en het voorkomen van een voorlopige voorziening door onderhandelingen leidt niet tot een volle procedure. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de rechtbank en het besluit van de raad van 12 juli 2018. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van 10 extra uren rechtsbijstand is bevestigd.