ECLI:NL:RVS:2019:712
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag extra uren rechtsbijstand in pensioengeschil afgewezen
De appellant verzocht om extra uren rechtsbijstand in een pensioengeschil, omdat zijn zaak complex zou zijn door het ontbreken van relevante documenten en de langdurige periode waarover het geschil zich uitstrekt. De raad wees de aanvraag af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. In hoger beroep betoogde appellant dat de zaak feitelijk en juridisch complex is, onder meer door het ontbreken van de voormalige werkgever en pensioenverzekeraar, en de noodzaak tot onderzoek van arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw.
De Raad van State overwoog dat de raad beleidsvrijheid heeft om extra uren toe te kennen binnen het forfaitaire systeem en dat het algemene beleid niet onredelijk is. De raad hoefde geen specifiek beleid voor pensioenkwesties te hebben, mits in elk geval gemotiveerd wordt waarom extra uren wel of niet worden toegekend. De feiten en omstandigheden maakten de zaak tijdrovend maar niet zodanig complex dat extra uren gerechtvaardigd zijn.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de afwijzing van extra uren terecht was en dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Een verzoek tot vergoeding van kosten in hoger beroep werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 6 maart 2019 door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De aanvraag om extra uren rechtsbijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende feitelijke en juridische complexiteit.