ECLI:NL:RVS:2022:688
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M.L. Niederer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van misbruik van recht bij AVG-verzoek inzake parkeerbelasting naheffingsaanslag
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde appellant een naheffingsaanslag parkeerbelasting op, waartegen appellant bezwaar maakte en inzageverzoeken deed op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het college verklaarde een bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet als besluit werd gezien, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het inzageverzoek wel een besluit is en dat appellant geen misbruik van recht maakte.
Het college stelde in hoger beroep dat het inzageverzoek niet als een AVG-verzoek moest worden gezien en dat appellant misbruik van recht maakte door veelvuldig beroep te doen en inzageverzoeken in te dienen bij verschillende gemeenten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek van appellant duidelijk een inzageverzoek betrof en dat het enkel indienen van meerdere verzoeken niet automatisch misbruik van recht betekent.
De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie over misbruik van recht en benadrukte dat zwaarwichtige gronden nodig zijn om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens misbruik. Het doel van het inzageverzoek was in overeenstemming met de AVG, namelijk het verkrijgen van inzicht in de verwerking van persoonsgegevens en mogelijke gegevensuitwisseling tussen gemeenten.
De Afdeling concludeerde dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.