ECLI:NL:RVS:2022:48
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 8 maart 2019 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 15 december 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep nog niet was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de staatssecretaris niet verplicht is de uitspraak van de rechtbank uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 10 januari 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.