ECLI:NL:RVS:2022:450
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 10 september 2020 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag stelde de staatssecretaris bij tussenuitspraak in de gelegenheid om een aan het besluit klevend gebrek te herstellen. Na een aanvullend besluit vernietigde de rechtbank het aangevulde besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Het motiveringsgebrek dat de rechtbank constateerde, kan eenvoudig worden hersteld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep, ter hoogte van € 759,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.