ECLI:NL:RVS:2022:416
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor eengezinswoning ondanks medische noodzaak kinderen met syndroom van Joubert
Appellanten, ouders van drie kinderen waarvan twee met visuele beperkingen en motorische achterstand door het syndroom van Joubert, vroegen een voorrangsverklaring voor een eengezinswoning nabij medische voorzieningen in Delft. Het college wees dit aanvankelijk af vanwege inschrijvingseisen, verleende later op bezwaar een voorrangsverklaring voor een benedenwoning met tuin, maar niet voor een eengezinswoning die voorbehouden is aan herstructureringskandidaten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat onvoldoende medische noodzaak bestond voor een eengezinswoning. Appellanten stelden dat medische verklaringen en een trap in huis essentieel zijn voor de ontwikkeling van hun kinderen. De Raad van State stelde vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en liet het besluit vernietigen om nader deskundigenadvies te vragen.
Op basis van een GGD-advies concludeerde de Raad dat een trap in huis niet medisch noodzakelijk is en dat een benedenwoning met tuin passend is. Het college handhaafde het besluit, dat de Raad vervolgens bevestigde. De hardheidsclausule biedt ruimte voor afwijking, maar de belangen van schaarste en het woningbeleid wegen zwaarder. De Raad oordeelde dat het besluit niet onevenredig is en dat het college terecht geen urgentie voor een eengezinswoning verleent.
Uitkomst: Het college mag het besluit handhaven om geen urgentieverklaring voor een eengezinswoning te verlenen, maar moet de proceskosten vergoeden.