ECLI:NL:RVS:2022:3871
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering omgevingsvergunning en handhaving berging op agrarische grond
Partij A heeft een stuk grond gekocht achter zijn perceel in Stompetoren en wilde daar een berging plaatsen. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning, maar herroept deze later en weigert alsnog de vergunning vanwege strijd met het bestemmingsplan en het voorkomen van volbouwen van agrarische percelen.
Partij A stelde dat het college had toegezegd dat de berging vergunningsvrij kon worden gebouwd en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde in het voordeel van partij A, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak omdat geen toezegging is gedaan waaruit redelijkerwijs vertrouwen kon worden ontleend.
De Afdeling oordeelt dat het college terecht de vergunning weigert en de last onder dwangsom handhaaft, omdat de berging in strijd is met het bestemmingsplan en het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt dan het belang van partij A. Ook wordt geoordeeld dat het college partij A niet heeft benadeeld door het niet horen in bezwaar en dat de begunstigingstermijn van zes weken niet onredelijk is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom.