ECLI:NL:RVS:2022:3869
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tegemoetkoming planschade wegens waardevermindering door bestemmingsplan
Appellante A is sinds 1975 eigenaar van een perceel dat door het bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening (Bosstraat)' in 2008 de bestemming 'Bos en natuurgebied' kreeg, waardoor het niet langer als grondbank kon worden gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders van Oss wees aanvankelijk een verzoek om tegemoetkoming in planschade af, maar kende later een bedrag van €109.200 toe na tussenuitspraak en herstelbesluit.
De rechtbank oordeelde dat de waarde van het perceel in de oude situatie nihil was vanwege het risico op bodemverontreiniging door onbekende stortingen in de jaren ’80, wat ook door een deskundige (STAB) werd bevestigd. Appellante A voerde aan dat deze risico's te hoog werden ingeschat en dat onderzoeken geen verontreiniging aantoonden.
De Raad van State overwoog dat een redelijk handelend koper rekening houdt met mogelijke kosten voor sanering en beheer van bodemverontreiniging, ook als die pas later blijken. De STAB-adviezen en taxatierapporten zijn zorgvuldig en geven aan dat er aanzienlijke onzekerheid en risico's zijn, waaronder mogelijke asbestverspreiding. De door appellante overgelegde onderzoeken boden onvoldoende zekerheid volgens de geldende normen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en het herstelbesluit, waardoor appellante recht heeft op de toegekende tegemoetkoming van €109.200. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming in planschade van €109.200 wordt bevestigd.