ECLI:NL:RVS:2022:3859
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schriftelijke bevestiging van mondelinge informatie onder Wob
De appellant verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om schriftelijke bevestiging van mondeling aan hem verstrekte informatie over de motivering van vergunningen verleend aan vreemdelingen uit Afghanistan.
De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat hij niet beschikte over documenten waarin deze mondelinge informatie was vastgelegd en de Wob geen verplichting kent om nieuwe gegevens te vervaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het verzoek niet duidelijk inhield dat om openbaarmaking van de onderliggende minuten werd gevraagd, welke in eerdere procedures wel waren opgevraagd. De Afdeling bevestigde dat uitbreiding van een Wob-verzoek in de bezwaarfase niet is toegestaan en dat er geen verplichting bestaat om niet-bestaande documenten te creëren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schriftelijke bevestiging van mondelinge informatie bevestigd.