ECLI:NL:RVS:2022:3692
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning verharden Jagersboschlaan ondanks bezwaar belanghebbende
Het college van burgemeester en wethouders van Vught verleende op 26 september 2019 een omgevingsvergunning voor het verharden van een deel van de Jagersboschlaan, een onverhard bospad dat als erftoegangsweg dient en deels is bestemd als (brom)fietspad. Deze vergunning hield verband met een verkeersbesluit om het pad open te stellen voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van vrachtverkeer en autobussen.
Appellant, enig aandeelhouder van Ingenieursbureau A2r3 B.V., stelde bezwaar tegen het besluit, stellende dat hij als eigenaar van een perceel aan de Jagersboschlaan belanghebbende was. De rechtbank oordeelde echter dat appellant geen rechtstreeks, actueel belang had en verklaarde zijn bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens oordeelde de rechtbank dat geen wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk was en dat het college de omgevingsvergunning terecht had verleend.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel belanghebbende was, dat het bestemmingsplan gewijzigd had moeten worden vanwege het Natuur Netwerk Brabant (NNB), en dat onvoldoende rekening was gehouden met natuur- en cultuurhistorische waarden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant geen persoonlijk belang had, dat de werkzaamheden binnen de bestemming 'Verkeer' vielen, en dat de toetsing aan de planregels correct was uitgevoerd. Ook werd geoordeeld dat het gebruik van de verharding als weg apart beoordeeld moet worden en dat de cultuurhistorische waarden voldoende waren beschermd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.