ECLI:NL:RVS:2022:3538
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake handhaving veehouderij stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wees een verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen een melkveehouderij wegens overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) af. MOB en Leefmilieu stelden dat de veehouderij zonder benodigde natuurvergunning stikstofdepositie veroorzaakte op Natura 2000-gebieden door stalgebouwen, beweiden en bemesten.
De rechtbank Overijssel vernietigde in mei 2022 het besluit van het college en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Het college stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak te schorsen, omdat het praktisch onmogelijk was binnen de gestelde termijn een nieuw besluit te nemen en het oordeel van de rechtbank naar verwachting niet stand zou houden.
De voorzieningenrechter overwoog dat er een spoedeisend belang was bij het verzoek van het college en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het college moest onderzoeken of het bemesten na de referentiedatum feitelijk werd voortgezet. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder geoordeeld dat de referentiesituatie wordt ontleend aan wat was toegestaan, niet aan feitelijk gebruik.
Gezien deze gerede twijfel aan de juistheid van de uitspraak van de rechtbank en het spoedeisend belang, schorst de voorzieningenrechter de uitspraak van de rechtbank voor zover het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De bodemprocedure staat gepland voor januari 2023.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.