ECLI:NL:RVS:2022:3470
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 april 2020 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling, afkomstig uit Syrië, wilde verblijven bij haar meerderjarige dochter in Nederland, beroepend op artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, stellende dat er geen meer dan normale emotionele banden bestonden.
De vreemdeling en referent stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte deze belangenafweging had gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij een beroep op artikel 8 EVRM Pro altijd een volledige belangenafweging moet verrichten, hetgeen niet was gebeurd. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd.
De staatssecretaris werd opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de feiten en omstandigheden op dat moment in acht worden genomen en de vreemdeling en referent worden gehoord, tenzij een uitzondering van toepassing is. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.