ECLI:NL:RVS:2022:3308
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering huurtoeslag bij inkomensstijging medebewoner volgens 10%-regeling
De zaak betreft het hoger beroep van de Belastingdienst tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de terugvordering van huurtoeslag aan verzoeker. De dienst had het verzoek van verzoeker om de inkomensstijging van zijn dochter buiten beschouwing te laten bij de berekening van de huurtoeslag voor 2019 afgewezen op grond van de zogenoemde 10%-regeling. De rechtbank had de terugvordering van € 2.057,00 gematigd omdat verzoeker naar haar oordeel onevenredig werd benadeeld door de inkomensstijging van de dochter, terwijl hij daarvan niet profiteerde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de systematiek van de Awir uitgaat van jaarinkomens en dat het toetsingsinkomen niet per maand kan worden bepaald. De dienst heeft terecht het volledige jaarinkomen van de dochter betrokken bij de berekening, ook al was zij slechts tot 1 september 2019 medebewoner. Bovendien leidt toepassing van de 10%-regeling niet tot recht op huurtoeslag omdat het gezamenlijke inkomen het norminkomen overschrijdt. De dienst heeft discretionaire ruimte om terugvorderingen te matigen, maar in deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden die daartoe aanleiding geven gebleken.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover daarin matiging van de terugvordering is bevolen en verklaart het beroep van verzoeker tegen het besluit van 13 oktober 2020 gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. De uitspraak van de Afdeling treedt in de plaats van het vernietigde besluit. Verzoeker kan een persoonlijke betalingsregeling aanvragen, maar op dit moment is geen betalingscapaciteit vastgesteld.
De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van de inkomenssystematiek van de Awir en bevestigt dat inkomensstijgingen van medebewoners ook na vertrek meetellen voor de jaarinkomensbepaling bij huurtoeslag.
Uitkomst: De terugvordering van € 2.057,00 huurtoeslag wordt gehandhaafd en de matiging door de rechtbank wordt vernietigd.