ECLI:NL:RVS:2022:3190
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring door overschrijding zittingstermijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 1 september 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die op 30 september 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde terecht dat de rechtbank de zitting niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift had gehouden. De zitting vond pas op 29 september 2022 plaats, terwijl het beroepschrift op 9 september 2022 was ingediend, waardoor de termijn op 23 september 2022 was verstreken.
De Raad van State oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf 24 september 2022 onrechtmatig was vanwege deze overschrijding. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep werd gegrond verklaard en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van 24 tot en met 29 september 2022. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.