ECLI:NL:RVS:2022:3073
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens voorzienbaar huisvestingsprobleem en ontbreken schrijnende omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van een vrouw die met haar twee minderjarige kinderen woonde in een gehuurde kamer en een urgentieverklaring als woningzoekende had aangevraagd wegens een stressvolle woonsituatie en dreigende dakloosheid. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, omdat de aanvrager het huisvestingsprobleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen door geen gezin te stichten zonder geschikte woonruimte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vrouw stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerde aan dat er sprake was van dreigende dakloosheid, medische problematiek en een traumatisch verleden, waardoor zij in aanmerking zou moeten komen voor een urgentieverklaring op sociale en medische gronden of via de hardheidsclausule.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht het strenge beleid hanteert vanwege het grote tekort aan sociale huurwoningen en dat het huisvestingsprobleem voorzienbaar was. De vrouw had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar psychische klachten en medische situatie zodanig waren dat het college verplicht was een onderzoek te doen of de hardheidsclausule toe te passen. Haar situatie werd niet als schrijnend beoordeeld omdat zij en haar kinderen onderdak hadden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.