ECLI:NL:RVS:2022:30
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling zonder voorafgaand terugkeerbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 22 november 2018 in bewaring. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling schortte de behandeling op verzoek vanwege een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de uitleg van de Terugkeerrichtlijn. Na het arrest van het Hof van Justitie op 24 februari 2021, waarin werd bevestigd dat de Terugkeerrichtlijn niet aan inbewaringstelling in de weg staat, werd de zaak voortgezet.
De Afdeling oordeelde dat de maatregel van bewaring niet binnen de werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn valt en dat artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een geldige grondslag biedt voor de inbewaringstelling met het oog op gedwongen vertrek naar Spanje. De grieven van de vreemdeling faalden, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.