ECLI:NL:RVS:2022:2935
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing schulddienstverlening wegens onjuiste toepassing medewerkingsplicht
Op 18 september 2019 vroeg appellant schulddienstverlening aan bij het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, dat dit verzoek op 31 oktober 2019 afwees wegens onvoldoende medewerking tijdens het intakegesprek. Het college handhaafde dit besluit op 13 februari 2020 en later op bezwaar op 19 juli 2021. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het intakegesprek onprettig was verlopen en dit aan het gedrag van appellant te wijten was, maar dat het afbreken van het traject zonder officiële waarschuwing onevenredig was. Verder bleek uit het dossier dat communicatie over de aanvraag via een begeleidster verliep, die de gevraagde stukken had ontvangen. Het college mocht daarom de aanvraag afwijzen wegens schending van de medewerkingsplicht.
Echter, de Afdeling stelde vast dat sinds 1 januari 2021 de medewerkingsplicht niet meer geldt voor aanvragers, maar alleen voor cliënten die al schuldhulpverlening ontvangen. Hierdoor mocht het college de aanvraag niet afwijzen op grond van een vermeende schending van de medewerkingsplicht. De Afdeling vernietigde het besluit van 19 juli 2021 en herroept het besluit van 31 oktober 2019, wijzend de aanvraag alsnog toe. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag schulddienstverlening wordt vernietigd en herroepen, waarna de aanvraag wordt toegewezen.