ECLI:NL:RVS:2022:2868
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last tot herbeplanting houtopstand bij perceel in gemeente Lopik
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht legde op 5 februari 2021 een preventieve last op aan de eigenaar van een perceel in Lopik om uiterlijk 12 april 2022 het perceel bosbouwkundig verantwoord te herbeplanten. Dit volgde op het verwijderen van bomen en struiken en het dempen van een poel in april 2019. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en bevestigde de last.
In hoger beroep betoogde de eigenaar dat er geen sprake was van een houtopstand van minimaal tien are, dat de berekeningsmethode onjuist was en dat de last te ruim was geformuleerd. De Raad van State oordeelde dat de definitie van houtopstand in de Wet natuurbescherming aansluit bij die van de Boswet en dat het college terecht de oppervlakte heeft berekend aan de hand van boomkronen inclusief beschermingszones.
De Raad van State vond de gebruikte methoden, waaronder afpassen en GIS-toepassingen, betrouwbaar en voldoende onderbouwd. Ook was de last duidelijk geformuleerd en voldeed deze aan het rechtszekerheidsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last tot herbeplanting wordt bevestigd.