ECLI:NL:CBB:2005:AT2588
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herplantplicht onder de Boswet na weigering ontheffing
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de weigering van ontheffing van de herplantplicht voor een perceel van 12,32 are werd bevestigd. De herplantplicht volgt uit de Boswet en geldt voor houtopstanden groter dan 10 are, tenzij het perceel nodig is voor uitvoering van een werk overeenkomstig een goedgekeurd bestemmingsplan.
Appellant voerde aan dat het perceel bestemd is voor de bouw van een maïssilo waarvoor een bouwvergunning was verleend, en dat de oppervlakte ten onrechte was vastgesteld op 12,32 are door een onjuiste meetmethode. Tevens verzocht appellant ontheffing op grond van bijzondere omstandigheden.
Het College oordeelde dat de herplantplicht niet buiten toepassing kan worden gesteld zolang het werk waarvoor de bouwvergunning is verleend niet binnen een overzienbare termijn wordt uitgevoerd. De vertraging in uitvoering door crisissituaties doet hieraan niet af. De gebruikte meetmethode voor de oppervlakte is redelijk en in lijn met het doel van de Boswet. Het beroep op ontheffing wegens bijzondere omstandigheden werd verworpen omdat het individuele economische belang niet opweegt tegen het belang van behoud van bosareaal.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing van de herplantplicht werd ongegrond verklaard en de herplantplicht gehandhaafd.