ECLI:NL:RVS:2022:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs faciliteren genocide Rwanda
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok het Nederlanderschap van wederpartij in omdat zij zou hebben gezwegen over haar rol bij de genocide in Rwanda in 1994, wat ernstige redenen zou geven om te vermoeden dat zij zich schuldig maakte aan het faciliteren van genocide. De rechtbank oordeelde dat het individueel ambtsbericht en de aanvullende stukken onvoldoende betrouwbaar waren en dat de staatssecretaris niet voldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij zijn besluitvorming.
In hoger beroep betwistte de staatssecretaris deze beoordeling en stelde dat het ambtsbericht zorgvuldig was opgesteld en dat het rapport van Buro Kleurkracht onvoldoende aanleiding gaf tot twijfel. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het ambtsbericht onvoldoende inzicht gaf in de gebruikte onderzoeksmethoden en dat de verklaringen in het ambtsbericht onvoldoende concreet waren om de ernstige beschuldigingen te staven.
De Afdeling concludeerde dat er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid van het ambtsbericht en dat de staatssecretaris zijn besluit niet op dit ambtsbericht mocht baseren. Gezien de langdurige procedure en het ontbreken van nieuwe informatie, oordeelde de Afdeling dat het intrekkingsbesluit herroepen moet worden en dat het Nederlanderschap aan wederpartij moet worden teruggegeven.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van het Nederlanderschap wordt herroepen en het Nederlanderschap aan wederpartij wordt hersteld.