ECLI:NL:RVS:2022:273
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over bewaring vreemdeling en rechterlijke bevoegdheid
Bij besluit van 15 december 2021 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 27 januari 2022 dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de rechtbankuitspraak leidt. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de rechter in vreemdelingenzaken niet bevoegd is om te oordelen over bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vreemdelingenwet zijn toegekend. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.