ECLI:NL:RVS:2022:2645
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel na Dublin-overdracht naar Slovenië
Deze zaak betreft het hoger beroep van vreemdelingen tegen de niet-ontvankelijkheid van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel na overdracht aan Slovenië op grond van de Dublinverordening.
De vreemdelingen stelden dat zij door de pushbackpraktijk in Slovenië een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met fundamentele rechten, mede vanwege bilaterale overeenkomsten tussen Slovenië en andere lidstaten die leiden tot overplaatsing zonder asielprocedure. De staatssecretaris betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat overgedragen Dublinclaimanten in Slovenië effectief toegang hebben tot de asielprocedure.
De Afdeling heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de situatie in Slovenië, waaronder rapporten van InfoKolpa en AIDA, en bevestigingen van Sloveense autoriteiten. Hoewel er sprake is van pushbacks bij illegale grensovergangen, is niet gebleken dat overgedragen Dublinclaimanten hetzelfde risico lopen. Het Sloveense Constitutionele Hof en de autoriteiten garanderen toegang tot de asielprocedure voor Dublinclaimanten.
De Afdeling concludeert dat er geen fundamentele systeemfout is die het interstatelijk vertrouwensbeginsel weerlegt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank die de beroepen ongegrond verklaarde.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkheid van de asielaanvragen na Dublin-overdracht naar Slovenië wordt bevestigd.