ECLI:NL:RVS:2022:2611
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- J.H. van Breda
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang opgelegd wegens bodemverontreiniging door amfetaminelaboratorium
Op 1 oktober 2020 legde het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg aan appellanten een last onder bestuursdwang op wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (Wbb), omdat op hun perceel een amfetaminelaboratorium milieuverontreiniging veroorzaakte. Ondanks eerdere lasten voldeden appellanten niet aan de verplichtingen, waarna een bodemonderzoek bevestigde dat er sprake was van verontreiniging.
Appellanten voerden aan dat zij niet de enige overtreders waren en dat zij geen toegang hadden tot het perceel, waardoor het onmogelijk was aan de last te voldoen. Het college stelde dat appellanten als veroordeelden voor hun rol bij de productie van amfetamine de zorgplicht uit artikel 13 Wbb Pro op zich rustte. De Raad van State oordeelde dat de zorgplicht geldt voor hen omdat zij handelingen hebben verricht of daaraan kunnen worden toegerekend, ongeacht hun beperkte aanwezigheid.
Ook het kostenverhaal van bestuursdwang op appellanten werd bevestigd, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot afzien daarvan noodzaakten. De Raad van State verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde het besluit van het college.
Uitkomst: De beroepen tegen de last onder bestuursdwang en het kostenverhaal worden ongegrond verklaard.