ECLI:NL:RVS:2022:2607
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning hondenkennel in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht verleende op 11 juni 2019 een omgevingsvergunning voor de bouw van een hondenkennel met buitenverblijf en geluidscherm op een perceel met de bestemming 'Agrarisch met waarden', waar nevenactiviteiten niet zijn toegestaan. Diverse omwonenden en belanghebbenden stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat het college een procedureel gebrek had door het niet vragen van een verklaring van geen bedenkingen aan de gemeenteraad, en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Na herstel van het gebrek door de gemeenteraad, bleef de vergunning onderwerp van geschil.
In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte hun verzoek om uitstel in afwachting van een Wob-procedure had afgewezen, dat de verklaring van geen bedenkingen onzorgvuldig tot stand was gekomen, dat het geluidsonderzoek onvolledig was, en dat de verkeersafwikkeling en milieueffectrapportage onvoldoende waren beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het verzoek om uitstel niet aannemelijk was, dat de gemeenteraad een zelfstandige afweging had gemaakt zonder vooringenomenheid, dat het akoestisch onderzoek adequaat was en dat de verkeersafwikkeling en milieueffectrapportage voldoende waren beoordeeld.
De belangen van omwonenden en agrarische bedrijven waren volgens de Afdeling voldoende betrokken bij de besluitvorming. De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank, waarmee de vernietiging van de vergunning in stand bleef.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de omgevingsvergunning voor de hondenkennel en verklaart de hoger beroepen ongegrond.