ECLI:NL:RVS:2022:2574
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 juni 2020 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 februari 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing bij uitspraak van 2 december 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde, omdat zij onvoldoende rekening hield met de emotionele banden tussen de vreemdeling en haar in Nederland verblijvende zoon. De staatssecretaris had nagelaten een volledige belangenafweging te maken, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie van de Afdeling.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 februari 2021 werden vernietigd. De staatssecretaris werd opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de vreemdeling op de juiste wijze gehoord moet worden en een volledige belangenafweging moet plaatsvinden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe belangenafweging.