ECLI:NL:RVS:2022:2440
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorschrift parkeerplaats in omgevingsvergunning Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede verleende op 13 december 2018 een omgevingsvergunning aan appellant voor het verbouwen van een woonhuis tot vier zelfstandige studio's. Aan de vergunning werd onder meer een voorschrift verbonden dat binnen drie maanden een tweede parkeerplaats op eigen terrein moest worden aangelegd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit voorschrift en stelde dat het college ten onrechte de Parkeernormennota Enschede 2017 als toetsingskader hanteerde. Tevens betoogde hij dat artikel 26.1, onder a, van het bestemmingsplan "Ribbelt Stokhorst 2011" onverbindend is wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het Besluit ruimtelijke ordening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 26.1, onder a, van het bestemmingsplan geen parkeernorm bevat en geen verwijzing naar parkeerbeleid, waardoor het evident in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en onverbindend moet worden geacht. Het college had de aanvraag dan ook niet aan dit artikel mogen toetsen en het voorschrift niet op deze grondslag mogen verbinden.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het college bij het besluit op bezwaar ten onrechte het paraplubestemmingsplan had toegepast in plaats van het bij de aanvraag geldende bestemmingsplan. Hierdoor werd het voorschrift ten onrechte gehandhaafd. De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar en het primaire besluit voor zover het voorschrift over de parkeerplaats betreft, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het voorschrift over het aanleggen van een tweede parkeerplaats in de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.