ECLI:NL:RVS:2022:2415
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De vreemdeling heeft bij besluit van 7 juni 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De vreemdeling heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 26 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Hierdoor is geen nadere motivering vereist.
De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank over en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tevens is aan de vreemdeling voorlopig uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.