ECLI:NL:RVS:2021:3005
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onvoldoende gevaar voor veiligheid echtgenote en kinderen
Op 12 augustus 2020 legde de burgemeester van Zuidplas aan appellant een huisverbod van tien dagen op, na meldingen van huiselijk geweld en een aangifte van mishandeling door zijn echtgenote. Het huisverbod werd op 21 augustus 2020 verlengd met achttien dagen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. De burgemeester had het huisverbod gebaseerd op het Risico-taxatie Instrument Huiselijk Geweld (RiHG), waarin onder meer verklaringen van de echtgenote en kinderen waren opgenomen. Echter, het RiHG bevatte onvoldoende feitelijke onderbouwing, geen verwijzingen naar politieprocessen-verbaal of getuigenissen van derden, en geen medische rapportage over het vermeende keelincident.
De Afdeling concludeerde dat de gegevens onvoldoende waren om het ernstige en onmiddellijke gevaar aannemelijk te maken. Daarom was de burgemeester niet bevoegd het huisverbod op te leggen en te verlengen. Het beroep werd gegrond verklaard, de besluiten vernietigd, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende causaliteit en bewijs. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het huisverbod en de verlenging worden vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van ernstig en onmiddellijk gevaar; verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.