ECLI:NL:RVS:2017:80
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- C.M. Wissels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging huisverbod wegens gebrek aan onmiddellijk gevaar en afwijzing schadevergoeding
De burgemeester van Zwolle legde op 21 september 2015 een huisverbod op aan appellant sub 1 wegens vermeend verbaal en psychisch geweld binnen de woning, met een verlenging tot 19 oktober 2015. De rechtbank Overijssel vernietigde deze besluiten wegens gebrek aan bevoegdheid, omdat niet was gebleken dat er een onmiddellijk dreigend gevaar bestond.
De burgemeester stelde dat psychisch geweld en het ontbreken van een hulpverleningstraject het huisverbod rechtvaardigden, en dat het uitstel van aangifte begrijpelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het huisverbod een ingrijpend middel is dat alleen kan worden opgelegd bij voldoende bewijs van ernstig en onmiddellijk gevaar. De verklaringen van de partner en dochter van appellant waren onvoldoende ondersteund door objectieve gegevens, zoals letsel of getuigenverklaringen.
Het verzoek van appellant om schadevergoeding werd afgewezen omdat hem een aanbod tot noodopvang bij het Leger des Heils was gedaan en de gemaakte kosten niet in rechtstreeks causaal verband stonden met het huisverbod. Immateriële schadevergoeding werd eveneens geweigerd omdat de vernietiging van het huisverbod reeds tegemoetkwam aan de aantasting van zijn eer en goede naam.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het huisverbod en wijst het verzoek om schadevergoeding af.