ECLI:NL:RVS:2022:2184
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, waarbij de rechtbank dit beroep gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg binnen acht weken alsnog een besluit te nemen.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij een dwangsom moest worden opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft na een week. De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn van acht weken die de rechtbank had gesteld niet onredelijk was en dat de staatssecretaris al stappen had gezet om aan deze termijn te voldoen.
Daarnaast werd het verzoek afgewezen omdat de rechtsvragen over de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en mogelijke strijd met het Handvest en Unierecht nader bestudeerd moeten worden en niet geschikt zijn voor de voorlopige voorzieningenprocedure.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening en oplegging van een dwangsom wordt afgewezen.