ECLI:NL:RVS:2022:2072
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruik woning als tweede woning valt onder overgangsrecht bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde aan appellant sub 2 een last onder bestuursdwang op om het gebruik van haar woning als recreatiewoning te staken, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit voor zover het betrekking had op het gebruik als tweede woning. Het college en appellant sub 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van de woning als tweede woning onder het voorgaande bestemmingsplan was toegestaan en dus onder het gebruiksovergangsrecht viel. Dit gebruik was duurzaam van aard, mede doordat appellant sub 2 en haar gezin de woning zelf bewoonden gedurende 18 tot 26 weken per jaar en geen sprake was van uitsluitend recreatief gebruik. Het college was daarom niet bevoegd handhavend op te treden op grond van de Wabo.
Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. Ook het hoger beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard omdat de rechtbank haar overige beroepsgronden terecht buiten beschouwing had gelaten. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op. Daarmee werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college en appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en het gebruik van de woning als tweede woning valt onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan.