ECLI:NL:RVS:2022:1996
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ambtshalve inschrijving in basisregistratie personen wegens onvoldoende onderzoek en hoor en wederhoor
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk schreef appellant sub 2 ambtshalve in de basisregistratie personen (brp) op het adres van appellant sub 1, na inspecties op drie adressen waar appellant sub 2 mogelijk verbleef. De inspecties leverden aanwijzingen op dat appellant sub 2 niet op zijn eerder geregistreerde adres woonde, maar bij appellant sub 1. Het college baseerde zich op onder meer een rapport waarin persoonlijke spullen en een medicijndoosje met zijn naam werden aangetroffen.
Appellanten stelden dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de inspecties slechts een momentopname waren. Zij voerden aan dat appellant sub 2 ook bij een derde persoon woonde en dat het college niet had onderzocht of daar persoonlijke spullen aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat het college terecht had gehandeld, maar de Raad van State stelde vast dat het college appellant sub 1 niet in de gelegenheid had gesteld haar standpunt naar voren te brengen, terwijl de inschrijving nadelige gevolgen voor haar kon hebben.
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar het verblijf van appellant sub 2 bij de derde persoon en dat het rapport over die woning te weinig informatie bevatte om conclusies te trekken. De besluiten van het college en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Het college moet nieuwe besluiten nemen waarbij appellant sub 1 in de gelegenheid wordt gesteld haar standpunt te geven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot ambtshalve inschrijving van appellant sub 2 worden vernietigd en het college moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van hoor en wederhoor.