ECLI:NL:RVS:2022:1315
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve adreswijziging in basisregistratie personen na onderzoek woonadres
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer wijzigde ambtshalve het woonadres van appellant in de basisregistratie personen van een woonwagenadres naar het adres van zijn echtgenote. Dit gebeurde naar aanleiding van een onderzoek in 2018 naar internet- en uitkeringsfraude. Appellant voerde aan dat hij tot 15 januari 2019 op het woonwagenadres woonde en slechts af en toe verbleef bij zijn echtgenote, en dat het college de bevoegdheid oneigenlijk gebruikte om zijn woonwagen te ontruimen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het college het besluit tot adreswijziging in redelijkheid kon nemen. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. Het college baseerde zich op rapporten van sociale recherche en vond aanwijzingen dat appellant zijn woonadres had op het adres van zijn echtgenote, waaronder zijn aanwezigheid bij een politie-inval, poststukken, medicijnen en foto’s.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het woonwagenadres verbleef en dat het college de bevoegdheid niet had misbruikt. Ook was het beginsel van hoor en wederhoor niet geschonden omdat appellant en zijn gemachtigde ervoor kozen niet op de hoorzitting te verschijnen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de ambtshalve adreswijziging bevestigd.