ECLI:NL:RVS:2022:1806
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdelingen wegens weigering medewerking overdracht Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 3 mei 2022 vreemdelingen in bewaring vanwege weigering mee te werken aan hun overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat onder de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze bewaring ongegrond en wees hun verzoeken om schadevergoeding af.
De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de zware grond 3k had toegepast, omdat volgens recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak het weigeren van een coronatest niet aan hen kon worden toegerekend. De Raad van State oordeelde dat deze uitspraken juist bevestigen dat weigering van de coronatest betekent dat de vreemdeling niet meewerkt aan de overdracht, wat rechtvaardigt dat de zware grond 3k wordt toegepast.
De overige aangevoerde grieven faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.