ECLI:NL:RVS:2022:1728
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door staatssecretaris en rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 mei 2022 besloten de vreemdeling in bewaring te stellen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds door de Afdeling was beantwoord in eerdere uitspraken van mei 2022, met betrekking tot de voorwaarden waaronder een verwijderingsbesluit voor een burger van de Unie als uitgewerkt wordt beschouwd.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd beslist dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.