ECLI:NL:RVS:2022:1598
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning uitbreiding ligboxenstal ondanks bezwaren gezondheid en natuur
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende op 12 februari 2020 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding en herindeling van een ligboxenstal op een perceel te Oosterzee. Appellanten, eigenaren van nabijgelegen woningen, maakten bezwaar vanwege vermeende gezondheidsrisico's door fijnstof en zoönosen, aantasting van de natuur door stikstofdepositie en bodemdaling.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarbij werd overwogen dat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de uitbreiding tot significante gezondheidsrisico's zou leiden. Ook werd geoordeeld dat de milieueisen en afstandsnormen waren nageleefd en dat een aparte natuurvergunning was aangevraagd.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende rekening had gehouden met wetenschappelijke inzichten en dat de bezwaren niet concreet en onderbouwd genoeg waren om de vergunning te weigeren. Nieuwe beroepsgronden over belastingen en verkeer werden niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling concludeerde dat het belang van milieubescherming niet zodanig in het geding was dat de vergunning geweigerd had moeten worden en bevestigde daarmee het besluit van de rechtbank. De proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de ligboxenstal wordt bevestigd.