ECLI:NL:RVS:2022:1512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit Eritrese vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 juli 2019 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens onvoldoende aannemelijkheid van zijn identiteit en familierechtelijke relatie met een referent. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit en tegen de daaropvolgende afwijzing van bezwaar en beroep door de rechtbank Den Haag.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de overgelegde documenten, waaronder een UNHCR-registratiekaart en een doopakte, niet in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Tevens heeft de staatssecretaris ten onrechte geen gehoor gegeven aan het verzoek om de vreemdeling te horen, wat meer duidelijkheid had kunnen verschaffen over zijn identiteit en familierelatie.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 11 maart 2020 en de uitspraak van de rechtbank van 7 april 2021. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij hij de identiteit en familierelatie opnieuw beoordeelt, rekening houdend met de jurisprudentie en het Algemeen Ambtsbericht Eritrea. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak vernietigd, en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een integrale beoordeling van de identiteit en familierelatie.