ECLI:NL:RVS:2022:1241
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- E.J. Daalder
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluiten over dekschuiten bij woonboten in Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht legde dwangsommen op voor de verwijdering van drijvende objecten, dekschuiten, die bij woonboten aan de Stuwweg liggen. De appellanten zijn eigenaar of huurder van deze woonboten met dekschuiten. De rechtbank oordeelde dat de dekschuiten geen onderdeel zijn van de woonboten en dat het college bevoegd was handhavend op te treden, behalve voor enkele dekschuiten waarvan de status onduidelijk was.
In hoger beroep stelde de Afdeling vast dat de dekschuiten geen zelfstandige woonboten zijn en ook niet als zodanig kunnen worden gelijkgesteld onder de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw). De dekschuiten zijn afzonderlijke bouwwerken die niet bouwkundig of functioneel verbonden zijn met de woonboten. Ook zijn ze geen andere drijvende objecten die hoofdzakelijk voor verblijf worden gebruikt. Hierdoor zijn er geen omgevingsvergunningen van rechtswege ontstaan en is het college in beginsel bevoegd tot handhaving.
De Afdeling oordeelde echter dat het handhavend optreden onevenredig is gezien de lange periode waarin het college niet handhaafde, de functie van dekschuiten als toegangsvoorziening en de hoge kosten voor verwijdering en herplaatsing van voorzieningen. Tevens was onvoldoende onderzocht of het verwijderen van dekschuiten de stabiliteit van de woonboten bedreigt. Daarom vernietigt de Afdeling de handhavingsbesluiten en herroept eerdere besluiten van het college. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De handhavingsbesluiten van het college worden vernietigd wegens onrechtmatigheid en onevenredigheid; het college moet proceskosten vergoeden.