Uitspraak
200501586/1is nadeelcompensatie op grond van het in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel uitsluitend van toepassing in gevallen waarin het bestuursorgaan een belangenafweging dient te maken.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen stelde op 8 juli 2009 vast dat op een locatie in Nijmegen sprake was van ernstige bodemverontreiniging die spoedig gesaneerd moest worden. Dit besluit werd op 16 juli 2009 ter inzage gelegd. Lavo Beheer Beuningen B.V., eigenaar van de locatie, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 19 februari 2010 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde Lavo Beheer beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bij het vaststellen van de noodzaak tot spoedige sanering ten onrechte de Circulaire bodemsanering 2006 (gewijzigd 2008) had toegepast, terwijl de Circulaire 2009 sinds 7 april 2009 van kracht was. Hoewel inhoudelijk geen verschil bestond tussen de circulaires voor de relevante beoordeling, was het gebruik van de verouderde circulaire strijdig met het motiveringsbeginsel uit artikel 7:12 Awb Pro, wat vernietiging van het besluit rechtvaardigde.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht volstond met een standaard risicobeoordeling volgens de Sanscrit-methode en dat de termijn van vier jaar voor aanvang van de sanering adequaat was gemotiveerd. Het verzoek van Lavo Beheer tot nadeelcompensatie werd afgewezen omdat de vaststelling van de verontreiniging geen belangenafweging inhoudt waarop het evenredigheidsbeginsel van toepassing is.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Lavo Beheer.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens toepassing van een verouderde circulaire, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.