ECLI:NL:RVS:2022:1034
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verlies van het Nederlanderschap en evenredigheidstoets vanuit Unierecht
Appellante had haar aanvraag voor een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld zien worden omdat zij van rechtswege het Nederlanderschap zou hebben verloren. Na eerdere procedures en een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie werd vastgesteld dat het verlies van het Nederlanderschap op 1 april 2013 rechtsgeldig was. De kern van het geschil betrof de vraag of dit verlies onevenredige gevolgen had vanuit het Unierecht, met name het evenredigheidsbeginsel.
De minister had appellante in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bracht een advies uit waarin werd geconcludeerd dat het verlies van het Unieburgerschap evenredig was, mede omdat appellante de Zwitserse nationaliteit bezit en visumvrij kan reizen binnen de EU. Appellante voerde aan dat zij gedwongen de Zwitserse nationaliteit had verkregen en dat zij onvoldoende was geïnformeerd, maar deze argumenten werden door de Afdeling verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het advies van de IND zorgvuldig en inzichtelijk was en dat het bestuursorgaan terecht op dit advies had mogen vertrouwen. Ook werd vastgesteld dat het verlies van het Nederlanderschap geen onevenredige inbreuk op Unierechten opleverde. Het beroep werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, waarbij zowel de minister als de Staat werden veroordeeld tot betaling van een deel van de vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies van het Nederlanderschap wordt bevestigd; appellante ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.