ECLI:NL:RVS:2021:996
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Kostenverhaal bestuursdwang na ontdekking drugslaboratorium en bodemverontreiniging
Appellant is eigenaar van een perceel in Voorst waar in 2017 een hennepplantage en in 2018 een drugslaboratorium werden aangetroffen. Het afval van het productieproces werd in mestkelders en het riool geloosd, wat leidde tot bodemverontreiniging. Het college legde bestuursdwang op en verhaalde de kosten hiervan op appellant.
Appellant betoogde dat zij geen overtreder was omdat anderen de overtreding pleegden en dat de kosten onnodig hoog waren. Zij voerde ook aan dat haar persoonlijke omstandigheden matiging van de kosten rechtvaardigden. De Raad van State oordeelde dat het eerdere besluit waarbij appellant als overtreder werd aangemerkt onherroepelijk is en dat zij de kosten terecht draagt als eigenaar.
De Afdeling vond geen aanwijzingen dat de kosten onredelijk hoog waren of dat het college de kosten onvoldoende had toegelicht. Ook het verzoek om nader onderzoek door de StAB werd afgewezen. Ten aanzien van matiging oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat is de kosten te betalen en dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kosten worden terecht bij appellant verhaald.