ECLI:NL:RVS:2021:581
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woninguitbreiding ondanks bezwaar buren
Het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland verleende op 28 juni 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het richten en uitbreiden van zijn woning op een perceel te Zwartsluis. Buren, appellant A en appellant B, maakten bezwaar tegen deze vergunning, met name over de status van het achterste deel van de uitbreiding als overkapping, de kwalificatie van het tussendeel als hoofdgebouw of aanbouw, en de naleving van de voorgeschreven nokrichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van de buren ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het achterste deel van de uitbreiding geen zelfstandige overkapping vormt omdat het geen eigen constructie heeft en onderdeel uitmaakt van het geheel. Ook is de uitbreiding onderdeel van het hoofdgebouw omdat daarin essentiële woonfuncties zijn ondergebracht. Ten aanzien van de nokrichting werd vastgesteld dat de planregel alleen ziet op het zichtbare deel aan de weg, en niet op de uitbreiding die niet zichtbaar is vanaf de weg.
De Raad van State bevestigt hiermee het besluit van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor de woninguitbreiding en verklaart het hoger beroep van de buren ongegrond.