ECLI:NL:RVS:2021:318
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over ontbreken gezagsverhouding bij boete Arbeidstijdenwet
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde aan een vennootschap onder firma een bestuurlijke boete van €20.500,- op wegens het ontbreken van M-bestanden van motorvoertuigen, waardoor geen deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat de minister niet had onderzocht of er een gezagsverhouding bestond tussen de vennootschap en haar vennoten die de voertuigen bestuurden.
De minister stelde in hoger beroep dat de vennootschap als werkgever moest worden aangemerkt en aansprakelijk was voor de boete. De Raad van State oordeelde echter dat uit het dossier geen aanwijzingen blijken voor een gezagsverhouding tussen de vennootschap en de vennoten. De Afdeling verwierp het standpunt van de minister dat bij vennootschappen onder firma geen onderzoek naar gezag nodig zou zijn.
De Raad bevestigde dat de minister had moeten aantonen dat een gezagsrelatie bestond om de vennootschap als werkgever aan te merken. Omdat dit niet was gebeurd, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.