ECLI:NL:RVS:2021:2989
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 26 oktober 2020 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 januari 2021 het besluit vernietigde wegens ondeugdelijke motivering en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de eerdere uitspraak over de detentieomstandigheden van Dublinclaimanten in Malta ook hier van toepassing is, waardoor het eerste grief faalt. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De staatssecretaris stelde terecht dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de registratie van meerderjarigheid in Malta en dat het aan de vreemdeling is om aan te tonen dat deze registratie onjuist is. Ondanks deze klacht leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.