ECLI:NL:RVS:2021:2801
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg rioolwaterpersleiding over landgoed
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde de Stichting het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending een gedoogplicht op voor de aanleg en instandhouding van een rioolwaterpersleiding van Zetten naar Dodewaard, waarvan circa 3,6 km over het landgoed 'De Heerlijkheid Hemmen' loopt. De Stichting vreesde aantasting van de landschappelijke waarden en stelde een minder belemmerend alternatief tracé voor.
Na afwijzing van bezwaar en beroep door rechtbank en gerechtshof, verzocht de Stichting om een voorlopige voorziening bij de Raad van State om de aanleg te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat de aanleg onomkeerbare landschappelijke gevolgen heeft en dat het belang van de Stichting bij schorsing zwaarder weegt dan het belang van het waterschap bij spoedige aanleg. Het waterschap kon dezelfde milieuwinst behalen met het alternatieve tracé.
De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit van de minister en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De inhoudelijke beoordeling van het alternatieve tracé wordt aan de bodemprocedure overgelaten.
Uitkomst: Besluit tot gedoogplicht aanleg rioolwaterpersleiding wordt geschorst wegens aantasting landschappelijke waarden en alternatief tracé.