ECLI:NL:RVS:2021:2708
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B.P. Vermeulen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico vervolging in Iran met christelijke tatoeage
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 augustus 2020 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij zich oprecht tot het christendom had bekeerd en dat hij in Iran als afvallige zou worden vervolgd, mede vanwege een zichtbare christelijke tatoeage op zijn hals. De staatssecretaris achtte deze bekering geloofwaardig, maar betwistte dat de tatoeage een reëel risico op vervolging oplevert. De Afdeling toetste dit aan recente jurisprudentie en landenrapporten, waaronder het ambtsbericht Iran en rapporten van het Australische DFAT.
De Afdeling concludeerde dat het dragen van een christelijke tatoeage in Iran niet automatisch leidt tot vervolging, tenzij de vreemdeling negatieve aandacht van de autoriteiten trekt. Van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij zijn tatoeage bedekt houdt bij religieuze gelegenheden en ontkent dat deze verband houdt met bekering als hij daarop wordt aangesproken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.