ECLI:NL:RVS:2021:2705
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor voetbalmakelaar na veroordeling belaging
De minister voor Rechtsbescherming wees op 5 februari 2020 de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af voor de functie van intermediair bij de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. Dit vanwege strafbare feiten waaronder een veroordeling voor meermalen gepleegde belaging met een taakstraf en een proeftijd die nog liep tot januari 2022. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat hij door therapie een gedragsverandering had doorgemaakt en geen gevaar voor recidive vormde. Hij stelde dat het belang van het verkrijgen van de VOG voor zijn werk en inkomen zwaarder moest wegen dan het risico voor de samenleving. De Raad van State oordeelde dat het objectieve criterium voor weigering onbetwist was en dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het subjectieve criterium geen aanleiding gaf tot afgifte van de VOG.
De Raad benadrukte dat de strafrechter een contactverbod oplegde vanwege het risico op herhaling en dat de proeftijd nog van kracht was. Hoewel appellant zijn behandeling succesvol had afgerond, was het volgens de Raad te vroeg om hem een VOG te verstrekken. De belangenafweging door de minister en rechtbank was zorgvuldig en evenwichtig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege het risico op recidive en lopende proeftijd.