ECLI:NL:RVS:2021:2679
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring voor woningzoekende zonder binding met regio
Appellant, afkomstig uit Suriname en sinds 2012 in Nederland, vroeg om een urgentieverklaring voor woningtoewijzing in Purmerend. Na dakloosheid in 2016 verbleef zij met haar dochter in een opvanghuis. Het college wees haar aanvraag af omdat zij haar huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon oplossen door buiten de regio te zoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat zij onvoldoende had aangetoond dat zij haar medische behandeling niet elders kon voortzetten of dat reizen te belastend was. Ook werd geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor toepassing van de hardheidsclausule.
In hoger beroep betoogt appellant dat het college ten onrechte van haar verwacht buiten de regio te zoeken, mede vanwege haar medische situatie en binding met Purmerend. De Raad van State oordeelt dat het college zich redelijk heeft opgesteld, gezien het ontbreken van medische verklaringen die het tegendeel bewijzen en de geringe binding met de regio.
De Raad bevestigt dat de algemene weigeringsgrond van toepassing is en dat het college daarom niet hoefde te beoordelen of appellant tot een urgente categorie behoorde. Ook de hardheidsclausule werd terecht niet toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat appellant haar huisvestingsprobleem redelijkerwijs buiten de regio kan oplossen.