ECLI:NL:RVS:2021:2637
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen boete en terugbetalingsverplichting inburgeringsplicht
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een boete van €100,- op wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en bepaalde dat zij een lening bij DUO moest terugbetalen. Appellante stelde dat zij het besluit niet had ontvangen en pas na een tweede besluit op de hoogte was gekomen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding die niet verschoonbaar was, mede omdat het besluit waarschijnlijk door haar ex-partner was ontvangen en voor haar verborgen gehouden.
Appellante voerde aan dat dit onterecht was en dat de ontvangst mogelijk was mislukt door verhuizing. De Afdeling overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat het besluit correct en naar het juiste adres was verzonden, waarbij het geautomatiseerde verzendproces van DUO en PostNL voldoende waarborgen bood. Appellante had onvoldoende feiten gesteld om het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen.
De Afdeling concludeerde dat de ontvangst van het besluit kort na verzending moet worden aangenomen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.