ECLI:NL:RVS:2021:2447
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit RDW tot vervallenverklaring tenaamstelling voertuig zonder terugwerkende kracht
Appellant kocht in 2008 een voertuig via financial lease en liet dit op zijn naam zetten. In 2009 reisde hij met het voertuig naar Georgië, waarna de financieringsmaatschappij aangifte deed van diefstal en verduistering. Het voertuig werd in 2012 in Georgië in beslag genomen door Interpol. Appellant verzocht in 2018 de RDW om informatie en beëindiging van zijn aansprakelijkheid vanaf 2012.
De RDW verklaarde de tenaamstelling per 15 oktober 2018 vervallen en weigerde terugwerkende kracht toe te kennen, omdat appellant niet tijdig een verzoek had ingediend en geen sprake was van een uitzonderlijk geval zoals identiteitsfraude. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het uitgangspunt is dat tenaamstellingen niet met terugwerkende kracht vervallen, tenzij in uitzonderlijke gevallen. Appellant had niet aangetoond dat hij geen enkele betrokkenheid had bij de tenaamstelling of dat het voertuig eerder was geëxporteerd met bewijs van officiële instanties. De inbeslagname leidde niet tot het vervallen van zijn registratie. Financiële gevolgen zijn geen grond voor terugwerkende kracht. De Afdeling bevestigde daarom het besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vervallenverklaring van de tenaamstelling per 15 oktober 2018 zonder terugwerkende kracht wordt bevestigd.